Burgers verwachten een koninklijk pardon voor Nasser Zafzafi ter gelegenheid van het Troonfeest, dat samenvalt met de herdenking van de geboorte van de profeet.
Koninklijk pardon voor Nasser Zafzafi
In een aangrijpende en emotionele sfeer hebben de inwoners van de Rif en mensenrechtenactivisten donderdagmiddag het lichaam van Ahmed Zafzafi naar zijn laatste rustplaats begeleid op de begraafplaats Al-Moujahidin in Ajdir, na het Asr-gebed in de oude moskee van Al Hoceima.
In dit indringende menselijke tafereel werden de gevangenisregels enigszins versoepeld, toen de gedetineerde Nasser Zafzafi een uitzonderlijke toestemming kreeg om zijn cel te verlaten en een laatste blik op zijn vader te werpen.
Een stap die door velen werd beschouwd als “logisch en noodzakelijk”, en die volgens de voorzitter van de Marokkaanse mensenrechtenorganisatie valt onder de “menselijke dimensie” die gerechtelijke instellingen in dergelijke gevallen toestaan.
Het waren niet alleen de woorden van Nasser Zafzafi of de aanwezigheid van de familie die de aandacht trokken, maar ook de uitspraken van zijn broer Tarik, die klonken als een kreet uit het hart:”De laatste wens van mijn vader was dat hij de gevangenen vrij zou zien”, voordat hij bedroefd afscheid nam van het leven.
Woorden die eenvoudig het familieleed uitdrukten, maar die pijn wordt gedeeld door generaties in de Rif en daarbuiten.
De begrafenis was niet enkel een familierouw, maar ook een symbolisch moment waarin verdriet samensmolt met de roep om vrijheid. Op sociale media vermengden gebeden en terughoudende smeekbedes zich met oproepen tot een koninklijk pardon, waardoor de afwezigheid tegelijk een politieke en intellectuele aanwezigheid werd.
Temidden van dit verdriet herinnerden mensenrechtenkringen en communicatiemedia aan de naderende religieuze gelegenheid, de geboorte van de profeet. Religieuze feestdagen in Marokko gaan vaak gepaard met koninklijke gratie, zoals in voorgaande jaren: in 2024 kregen 638 veroordeelden vermindering van hun straf, en in tientallen voorgaande jaren werden vergelijkbare vrijlatingen afgekondigd.
Zo leek de begrafenis van Ahmed Zafzafi, die samenviel met een belangrijke spirituele gebeurtenis in de Marokkaanse religieuze kalender, een “symbolisch keerpunt” te vormen dat kan bijdragen aan het openen van een nieuwe fase van dialoog en verzoening. Zeker nu de oproepen tot vrijlating van de Rif-gevangenen steeds luider klinken, niet alleen als menselijke symboliek, maar ook als politieke stap.

